maandag 8 december 2008

oefenen met gustar

Gustar= lekker, mooi, leuk vinden, bevallen.

Het is een ander soort werkwoord dan praten, eten, wonen etc.

Je vervoegt het anders dan andere werkwoorden. Het onderwerp staat erachter en niet er voor. Je leert alleen de vormen: gusta en gustan.

Bijvoorbeeld:

 

Ik vind het strand leuk/ Het strand bevalt me =Me gusta la playa

La playa is het onderwerp en bepaalt in welke vorm het werkwoord staat.

Ik vind aardbeien lekker/ Aardbeien bevallen me=Me gustan las fresas

Het onderwerp is las fresas dus staat het werkwoord ook in de meervoudsvorm gustan.

De persoon die het leuk vindt (in dit geval is dat het meewerkend voorwerp) staat vóór gustar.

 

Het bevalt me= me

Het bevalt je= te

Het bevalt u, haar, hem= le

Het bevalt ons= nos

Het bevalt jullie= os

Het bevalt hun= les

 

In het Spaans wordt vaak een verdubbeling van het meewerkend voorwerp gebruikt.

“A mí me gusta” = ik hou van. Je ziet twee keer de persoon ‘ik” = “A mí” en “me”

 

a mí

me gusta

Aan mij

a ti

te gusta

Aan jou

a él/a ella/ a usted

le gusta

Aan hem/haar/u

a nosotros / a nosotras

nos gusta

Aan ons

a vosotros/ a vosotras

os gusta

Aan jullie

a ellos/ a ellas/ a ustedes

les gusta

Aan hun/u meervoud

 

 

 

 

Opdracht 1:

Kijk naar de volgende zinnen. De persoon die iets leuk vindt staat aan het begin van de zin. Kies het juiste meewerkend voorwerp: me, te, le, nos, os, lesBovenkant formulier

1. A María y Dani gustan las montañas. les
2. A Jessica
gusta el perro. le
3. A mi
gustan las fiestas. me
4. A tu madre
gusta la música española le
5. ¿A ti
gustan tus clases? te
6. A él
gusta el fútbol. le
7. A ellos
gusta el sol les

 

Opdracht 2:

Onderstreep in de zinnen van de vorige opdracht het onderwerp en geef ook aan of dit enkelvoud of meervoud is. Let op: het onderwerp staat achter het werkwoord

 

Opdracht 3Onderkant formulier

:

Schrijf vijf zinnen op waarin je vertelt wat je leuk vindt

A mi me gusta la musica.

A mi me gusta la sport.

A mi me gusta la futbal.

A mi me gusta la holandese.

A mi me gusta mi madre.

 

maandag 1 december 2008

opdrachten mi clasa

Opdracht 1: mi clase.

Un diccionario: leerboek

Un cuaderno: een schrift

Un libro: boek

La cartera: tas

Un boli: pen

Un compas: compas

Un chico: een jongen

La ventana: het raam

La profesora: lerares

El techo: plafond

La pizarra: het schoolbord

Una chica: een meisje

La puerta: de deur

Una silla: een stoel

Un pupitre: een bureau

El reloj: een klok

Unas tijeras: een schaar

La tiza: het krijt

Un lapiz: een potlood

El suelo: de grond

 

Opdracht 2:

El diccionario es amarillo

Un cuaderno es blanco

El tiza es blanca

La puerta es verde

El libro es rojo

La catera es marron

La pizarra es verde

La mesa es marron

El pupitre es rojo

 

Opdracht 3:

El diccionario es de papel

El cuaderno es de papel

El boli es de plastice o de metal

La puerta es de madera

El libro es de papel

La cartera es de cuero

Las tijeras son de metal

La mesa es de madera

El compas es de metal